Waarom vind ik het toch zo erg om te gaan zwemmen?

Eén van de nadelen van kinderen is dat je er soms mee naar het zwembad moet. Er zijn natuurlijk zat mensen die dit helemaal geweldig vinden, maar ik ben daar duidelijk geen van. Toch vind ik het moeilijk om precies te verwoorden waar dat door komt. Misschien zijn het wel gewoon te veel dingen om op te noemen. Waar moet ik beginnen?

Het begint eigenlijk al gelijk als je binnenkomt, nadat je een paar tientjes neergelegd hebt om überhaupt binnen te mogen komen. Dan kom je direct in die kleffe chloorwereld waar overal plasjes meuk liggen te wachten tot ze je sok nat kunnen maken. Dat doen ze dan ook gelijk in een veel te klein kleedhokje, met zo’n plankjesslot waar altijd je vingers tussen komen en die je drie keer dicht moet doen zodat eindelijk beide deurtjes dicht zijn. Als het je dan eindelijk gelukt is om je vatsige lijf in die zwembroek te hijsen begint gelijk het volgende avontuur.

Het kluisje. Welk systeem ze ook hebben, het is altijd te klein en je hebt zelden het exacte muntje bij je dat ze nodig hebben. Nadat je eindelijk hebt kunnen wisselen en je tas hebt kunnen droppen loop je ook altijd nog het risico dat je zo’n irritant polsbandje om moet friemelen. Zo niet, dan kan je gelijk door naar de volgende hindernis: de douches.

Want dat zijn altijd van die vervelende krengen. Waarom werken ze nooit behoorlijk? Als die knop eindelijk geregistreerd heeft dat er een vinger tegenaan hangt (het enige dat ze hoeven te doen!) begint die douche je gelijk als een gedetineerde te zandstralen. En na 3 seconden stopt ie weer en moet je opnieuw het gevecht aan met die knop. Dit herhaal je 50 keer en dan kan je eindelijk aan de bak.

Helemaal koud en verkleumd stap je dan tussen de andere vatsige mensen en dan begin je een beetje rond te drijven. Zo af en toe wapper je wat met je ledematen en dan drijf je dus ergens anders naartoe. Of niet en dan drijf je op de zelfde plek. En dat is wel zo’n beetje alles wat je doet. Er zijn ook mensen die ervoor kiezen om elkaar nat te spatten en aan elkaar te zitten. Lekker stoeien of zo. Je moet er maar van houden. Ik doe dat niet echt.

Altijd als ik zo in het water rond drijf krijg ik flashbacks naar de zwemlessen uit mijn jeugd. Toen had ik al een hekel aan de donderdag, want dan was het zwemlesdag en dan moest je in het water springen. Daar hield ik niet van en daar hou ik nu nog steeds niet van. Waarschijnlijk omdat je onder water niet kunt ademen. Voor mij is dat een teken dat je daar als mens dan ook niet moet zijn. Dat is de natuur.

En als je dan eindelijk klaar bent met drijven moet je weer die vervloekte kleedkamer in. Veel te koud, veel te nat, en negen van de tien keer gebeurt het dan natuurlijk echt dat je vlak voordat je klaar bent met je droge sok in een plasje water stapt. Kak. Misschien trek je het leed nog wat door met een bak zompige friet, en dan sta je eindelijk weer buiten. Stinkend naar het chloor en onwijs blij dat het achter de rug is.

En dat zal dan wel weer de reden zijn dat mensen het leuk vinden. Net als met rennen van debiele hardloopevenementen, zit de echte winst in het moment als het achter de rug is. Dan is het wel weer lekker. Maar voor mij hoeft het allemaal niet hoor. Voor mijn zoontje wel, want hij moet wel leren zwemmen natuurlijk! En dus staan we daar maar gewoon.

Ik ga me maar vast mentaal voorbereiden om zijn zwemlessen. Dat wordt nog genieten straks…

You May Also Like

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *